Kwekerij Morning Glory 
Pelargoniums

De familie van de Pelargoniums omvat zo'n 200 soorten, waarvan de meeste uit zuidelijk Afrika afkomstig zijn. De honderden variëteiten van Pelargoniums (of 'Geraniums' zoals de meeste mensen nog steeds zeggen) die onze perken, bakken en potten bevolken, stammen echter allemaal af van slechts 2 of 3 van deze soorten. Dat wil echter niet zeggen dat er onder de overige 197 geen zouden zitten die het aanzien waard zijn. Integendeel. Voor de liefhebbers die met wat minder bloemengeweld ook genoegen willen nemen valt er veel te beleven.
Vooral in Engeland hebben kwekers uit heden en verleden zich toegelegd op het ontwikkelen van nieuwe kruisingen die hebben geleid tot honderden variëteiten, vooral geschikt voor vensterbank, kas of serre. Deze zijn vooral bekend onder een steeds groter wordende groep van fanatieke liefhebbers en verzamelaars.

Met al die duizenden verschillende soorten, variëteiten en cultivars raak je gauw de weg kwijt. Voor de duidelijkheid hier een (niet volledig!) overzichtje van de pelargoniumwereld.

De botanische pelargoniums, of species-pelargoniums: planten zoals ze in de natuur groeien.
Dit is een spannende, zeer diverse groep variërend van kleinbladige miniatuurtjes tot reusachtige struiken, die vaak helemaal niet op 'pelargoniums' lijken.
Alleen de bloembouw, waarin meestal twee bovenste en drie onderste kroonbladeren zijn te herkennen, verraden hun afkomst.
Die bloemen zijn niet groot, maar altijd aantrekkelijk gekleurd, terwijl het blad zeer variabel en altijd mooi om te zien is en bovendien ook vaak aromatisch is.

De geurpelargoniums, een grote groep van zowel species-pelargoniums, als kruisingen die een heerlijke geur verspreiden als het blad wordt aangeraakt.
De aloude citroengeranium, bekend van de jaren '70, is er één van, maar er zijn er vele tientallen meer met geuren die uiteen lopen van appelbloesem, roos, sinaasappel en munt tot nootmuskaat, gember, balsem en zelfs rotte vis!
Hun groeiwijze varieert al even sterk: van kleine bossige plantjes, tot breed uitdijende gevaartes, die in een hangmand vaak het best tot hun recht komen.
Veelal zijn ze getooid met bescheiden, maar mooi gekleurde, enkelvoudige bloemen.
In Nederland (en daarbuiten) zijn er verschillende kwekers die zich geheel op deze geurgeraniums hebben toegelegd. Wijzelf vinden het ook aardig om het één en ander uit te proberen.
Zet of hang geurpelargoniums op een plaats waar ze een beetje in de weg staan. Zo worden ze voortdurend aangeraakt en laten ze hun geur los.

Bladpelargoniums, die opvallen door hun decoratieve geel, wit of geelbonte gezoneerde bladeren.
Vooral in de Victoriaanse tijd was men hier dol op, daarna raakten ze uit de gratie, maar de laatste tijd komen ze steeds meer terug.

Stellar-pelargoniums, stevige, opgaande planten met opvallende wigvormige, gezaagde of getande bloemblaadjes en zigzaggend blad.

Dwerg-pelargoniums, met een gedrongen groei niet hoger dan 25 cm.

Angel-pelargoniums, ontstaan door kruisingen tussen P. crispum en P. grossulariodes.
Het zijn vrij kleine, stevige en bossige pelargoniums met knisperig, rond, ietwat gekroesd blad. Ze bloeien zeer rijk met bloemen die veel weg hebben van viooltjes.

De Grandiflorum-hybriden, ook wel bekend als Franse Geraniums of Domesticums, ontstaan uit kruisingen in de 18e eeuw in Engeland en Duitsland. Stevige, verhoutende planten met ongezoneerde, gelobde, scherp getande bladeren en vrij grote, al dan niet dubbele bloemen. Vooral van deze groep verschijnen er op de massamarkt de laatste jaren soorten die al hun natuurlijkheid lijken te hebben verloren: grote bloemknotsen in kunstmatige kleuren die zich 'netjes' boven het blad verheffen. 

De Peltatum-hybriden, of te wel de gewone hangeraniums, die allemaal bloed hebben van P. peltatum. Ze hebben allen liggende en hangende scheuten en vlezig, knapperig blad. In Engeland noemen ze deze heel treffend 'Ivy-leaved pelargoniums', vanwege het klimopvormige blad. Miljoenen exemplaren bevolken elk jaar weer de balkonbakken in een groot deel van de wereld.  

De Zonale-hybriden, ook wel P x hortorum genoemd. Dit zijn de 'gewone' pelargoniums, of te wel de ‘Geraniums’ waar niemand achter wil zitten. Deze groep omvat de bekendste en meest doorgefokte soorten. Vele duizenden cultivars zijn in de loop der jaren eeuwen (sinds 1632) al verschenen en verdwenen, de één nog mooier (of lelijker) dan de andere. Ze zijn zo afgezaagd geworden met ieder voorjaar hetzelfde ritueel: bakken uit de schuur, op naar de geraniumboer en hupsakee zet ze maar weer vol, of het nu rood, zalm, roze of oranje is. Zo zijn we weer klaar voor het seizoen.
Het kan ook op een andere manier: door ze zorgvuldig en weloverwogen te combineren met andere planten kan van elke pelargonium de goede kwaliteiten naar voren worden gehaald. Op die manier vormt elke, zelfs de meest ordinaire 'geranium' een uitdaging.
Je hoeft je daar natuurlijk niets van aan te trekken, zoals Beverly Nichols in 'Merry Hall': "…..but I like my geraniums to fight, to clash in eternal contest of colour, to wage their petalled arguments in perpetual debate, and in order that they should do so, there must be every sort of red, scarlet against magenta, cherry versus brick, crimson anti puce…"