In onze kwekerij hebben we uiteraard ook last van aantastingen zoals luis. Een paar luisjes is niet schadelijk voor planten maar als het er teveel worden moeten ook wij met gepaste maatregelen ingrijpen. In ieder geval is er onderscheid te maken tussen de luis die we in de kas tegen komen en luis die we buiten tegen komen. De luis in de kas is een andere luis dan de buitenluis. In de praktijk zal kasluis op een plant het buiten niet leuk vinden en vanzelf bijna 100% verdwijnen.

Maar in de kas moet een luispopulatie een acceptabel niveau hebben. U wilt als bezoeker tenslotte niet planten kopen die vol luis zitten. Aan ons dus de taak om zo schoon en acceptabel mogelijk planten op te kweken. Een luisje op een plant moet dus kunnen, maar niet teveel. Om de juiste balans te krijgen in de kas werken we voornamelijk door natuurlijke vijanden van luis in te zetten.

Mini-sluipwespjes en galmuggen als opruimers

De afgelopen weken zijn er enige duizenden opruimers uitgezet. Er vliegen nu in de kassen mini-sluipwespjes (Aphidius colemani) en galmuggen (Aphidoletes aphidimyza) rond. Wat in de praktijk gebeurt is dat deze kleine rakkers actief op zoek gaan naar luis om deze te parasiteren met hun eitjes. Te zijner tijd komen deze eitjes uit en deze babyrakkers gaan dan ook weer op zoek naar eten. Zo ontstaat er een cyclus van bestrijding die door zal gaan zolang de temperatuur juist is en er voldoende eten (lees luis) aanwezig is. Wist u dat een mini-opruimer wel tot 300 luizen zal opruimen en dat ze onderscheidt kunnen maken tussen luizen die al geparasiteerd zijn of luizen die nog een behandeling te gaan hebben?
In ieder geval worden de planten waar wij al eerder luis op hadden geconstateerd zichtbaar schoner. Vooral onder het blad is dan te zien dat er veel overleden luisjes zitten.

Het werken met deze natuurlijke opruimers is een mooi alternatief voor een schone teelt. Ook al is het wat lastig te zien of in te schatten of het voldoende werkt. Luizen, die wij constateren en waar wij van hopen dat ze spoedig door de opruimers gevonden worden en aangeprikt, zijn soms nog langer zichtbaar dan gehoopt. Maar met enig geduld zien ook wij dat na enige dagen de door ons zelf ontdekte luizen ook gevonden zijn door de opruimers en verdwijnen. Belangrijk feit voor deze manier van bestrijding is dat het alleen werkt als er luis aanwezig is. Als er voor de opruimers niks te eten is, dan zullen de opruimers zelf niet in leven blijven of op zoek gaan naar locaties waar ze wel eten kunnen vinden. Het is dus belangrijk dat er een balans is tussen de aantasting en de opruimers.

De juiste temperatuur

Wat ook ieder jaar speelt is dat de ontwikkeling van luis in de kas er eerder is als dan de opruimers actief zijn of extra kunnen worden uitgezet. De luis begint aan zijn luizenwerk al zodra de temperatuur boven de 5 graden komt, terwijl de opruimers pas actief worden als de temperatuur rond 11 graden is. Dat betekent in de praktijk dat de luis te allen tijde een voorsprong heeft qua ontwikkeling. Als we naar het weer kijken, dan zien we dat het weer de komende week duidelijk kouder wordt. Dat is voor de luis geen probleem, maar voor de opruimers wel. Die kunnen met lagere temperaturen overlijden.

Het werken met natuurlijke vijanden is een vorm van biologische bestrijding. Dat is goed voor ons, het milieu en voor u.

Als we planten zien waar ineens heel veel luis op zit, dan schalen we de bestrijding op. Dat doen we door gebruik te maken van het middel Savona. Dat is een bestrijdingsmiddel dat geen toelatingsnummer heeft omdat het niet onder schadelijke stoffen valt. Men gebruikt dit ook in de biologische tomatenteelt. Wat overigens ook vaak prima werkt is om aangetaste planten terug te knippen of om ze buiten te zetten. Zoals wij al eerder aangaven is kasluis buiten de kas niet blij en verdwijnt dan vaak vrij snel.